woensdag 12 april 2017

grenzen van de maatschappelijke opdracht van de school


De afgelopen jaren komt de nadruk voor de school steeds meer te liggen op de wijze waarop zij invulling geeft aan haar maatschappelijke opdracht en op de relaties met haar maatschappelijke partners (PO raad, 2013). Iedere docent wil dat leerlingen aan het eind van de basisschool met voldoende bagage richting het voortgezet onderwijs gaan. Bagage als in kennis die verworven is in al die schooljaren, maar ook vaardigheden om zichzelf straks staande te kunnen houden in de snel ontwikkelende maatschappij, waarin een leven lang leren de standaard wordt (Onderwijsraad, 2014). Socialiseren en kwalificeren zijn de twee belangrijkste doelen in het onderwijs (Stichting Leerplan Ontwikkeling , 2011). Kijkend naar het scenario van 2035, wordt is door de diversiteit die is ontstaan in de samenleving (OECD, 2008), de noodzaak versterkt tot wederzijds begrip, het vermijden van conflicten en het kunnen samenwerken (van den Broek et al., 2016). Hoever ga je hierin als school? Basisschool de Leest is een kanjerschool, een methode gericht op sociale vaardigheden. Dit zit al verwerkt in ons standaard lesaanbod, maar gaat eigenlijk de gehele dag door. Conflicten worden bijv. door de hele school op dezelfde kanjer manier opgelost. Iedereen heeft de kanjerregels in de klas hangen. Door een kanjerschool te zijn dragen we bij aan de maatschappelijke opdracht. Leerlingen sociaal vaardig maken. De laatste jaren, mede door de komst van passend onderwijs, is er ook een gedragsprotocol en een pestprotocol opgesteld. Hierin is duidelijk beschreven wat we wel en niet tolereren, kijkend naar grensoverschrijdend gedrag. Waar trekken we de grens van de maatschappelijke opdracht om kinderen op te voeden tot sociale, communicatief vaardige burgers?

21-eeuwse vaardigheden zijn steeds belangrijker geworden de afgelopen jaren. In het scenario van 2035 is te lezen dat die vaardigheden een nog belangrijkere rol gaan spelen en zelfs worden uitgebreid. Dit betekent dat we als school goed na moeten denken hoe dit een plaats krijgt in ons huidige curriculum. Onbewust ontwikkelen we ins ons onderwijs al verschillende 21-eeuwse vaardigheden, maar richting de toekomst denk ik dat het belangrijk is om als team keuzes te gaan maken in de verhouding tussen de hoeveelheid kennis en het ontwikkelen van die verschillende vaardigheden. Hier ligt een mooie taak voor de MLI’er. Ik weet inmiddels veel af van de 21-eeuwse vaardigheden en kan als kartrekker fungeren om stap voor stap te gaan kijken hoe wij als leerkrachten de 21-eeuwse vaardigheden een plaats kunnen geven in ons curriculum. Wat hierin wederom belangrijk is, is ook onze grens aangeven. Welke vaardigheden besteden we al aandacht aan, welke willen we meer ontwikkelen en hoe kunnen we dit integreren in bepaalde vakken?

Op basisschool de Leest, waar ik werkzaam ben, is het gros van de ouders erg betrokken bij hun kind. De school staat in een nieuwbouwwijk, waar veel goed geschoolde en werkende ouders wonen. Het gaat soms zelfs zo ver, dat ouders te veel mee willen bepalen wat goed is voor hun kind. Waar ligt onze grens daarin? In hoeverre ga je mee in wat ouders willen? Dat zijn vragen die regelmatig naar voren zijn gekomen in verschillende overleggen. In de schoolgids staat duidelijk beschreven hoe wij als school handelen en waar we voor staan, als team mogen we daarin wat vaker op onze strepen staan omdat we soms teveel geneigd zijn mee te gaan in wat ouders willen.
Dat sluit mooi aan bij de toenemende druk met de komst van het passend onderwijs. Je wilt als docent zo goed mogelijk kunnen voldoen aan de behoeften van elke leerling. Maar in de praktijk is dit niet altijd mogelijk zoals we het graag zouden willen. Een belangrijke pijler op onze school is ‘wij zien uw kind’. Met de komst van het passend onderwijs hebben we als school een ondersteuningsprofiel moeten schetsen, waarin onze grenzen zijn aangegeven met betrekking tot ondersteuning van leerlingen. Tot waar kunnen we gaan? Ouders zijn hierbij in de MR betrokken geweest en hadden adviesrecht. Dit werkt voor ons als leerkrachten prettig, wanneer we handelingsverlegen zijn bij bepaalde leerlingen, is het belangrijk dat we het samenwerkingsverband raadplegen om tot de juiste zorg te komen.


bronnen:



Broek, A. van den., Campen, C. van, Haan. J. de., Roeters, A., Turkenburg, M. & Vermeij, L.., (2016), De toekomst tegemoet. 

OECD. (2008). Vormgevende trends binnen het onderwijs. (‘Trends shaping education’, vertaald door de KPC-groep).

Onderwijsraad (2014). Een eigentijds curriculum. Den Haag: Onderwijsraad 
 
Stichting Leerplan Ontwikkeling, 2011. Tot nut van ’t algemeen. Over onderwijs en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Enschede: SLO.


1 opmerking:

  1. Dag Ester,
    je geeft de belangrijke onderdelen kwalificatie en socialisatie aan, persoonsvorming belicht je iets minder maar komt via de kanjertrainingen ook aan bod. Je geeft ook grenzen aan, met name bezien vanuit de uitdagingen die passend onderwijs met zich meebrengen. Hiermee heb je aan de PI voldaan 'maatschappelijke opdracht van de school en grenzen hiervan in beeld brengen' .

    BeantwoordenVerwijderen